
Hoe we ervoor zorgen dat badkamers een warme sfeer hebben
Niemand houdt van die koude schok wanneer je uit de douche stapt en in een koude ruimte terechtkomt. Om dit op te lossen, gebruiken we technologie op basis van kortegolflengte-infraroodstraling.
Het trucje is dat de meeste verwarmers proberen de lucht op tewarmen, wat erg lang duurt. Infraroodstraling werkt anders: deze stuurt energie rechtstreeks naar je huid en de oppervlakken om je heen. Hierdoor voel je de warmte al bij het aanzetten van de verwarmingsapparatuur, zelfs als de rest van de kamer nog koud is.
Kiezen voor het juiste apparaat
Om die ‘instante warmte’ te bereiken, gebruiken we kwarts-halogeenlampen met een hoge vermogenssterkte. Binnenin deze lampen wordt een tungstenvilament zeer heet gemaakt, binnenin een kwartskooi. We kiezen voor kwarts omdat dit materiaal de warmte niet tegenhoudt; het laat de energie gewoon doorgaan naar waar het nodig is.
Maar je kunt niet zomaar de grootste lamp die er te vinden is gebruiken. We moeten rekening houden met de vermogenssterkte en de grootte van de kamer. Als we te veel vermogen gebruiken, kan dat leiden tot een overbelasting van het elektriciteitsnetwerk. Of erger nog: als er niet voldoende luchtcirculatie is, kan het gebeuren dat het materiaal waarvan de spiegel is gemaakt smelt of dat de behuizing te heet wordt. Het is dus een kwestie van balans vinden.
Het samenvoegen van alle elementen
Meestal plaatsen we deze verwarmers achter het spiegelmateriaal of monteren we ze in het plafond, met afsluitingen die vocht buiten houden.
Kwartsglas is hier erg handig: het kan grote temperatuurschommelingen doorstaan – van 20°C naar 600°C in een oogwenk – zonder te barsten.
We houden ook de verbindingen eenvoudig. Of het nu gaat om een plug-and-play-aansluiting of een bedraad aansluitpunt: we zorgen ervoor dat de verbinding stevig is. In een vochtige badkamer kan een losse verbinding leiden tot roest en corrosie.
De nadelen
Stralingswarmte is inderdaad snel, maar het is gericht. Als je niet precies in het gebied staat waar de straling naartoe gaat, voel je geen warmte. Om die vervelende koude plekken in grote ruimtes te voorkomen, plaatsen we de verwarmers op verschillende plekken.
En dan is er nog het licht. Niemand wil dat er een felle gloed recht in zijn gezicht schijnt terwijl hij zijn tanden poetst. We gebruiken meestal matte diffusers of gekleurd kwartsglas. Dit voorkomt glinstering, terwijl de warmte wel door kan dringen.